HET ORGELT

 

Dans  voor kerk en orgel, creatie 2009, trio
Choreografie : P.S.  Vermeersch
Dans : P.S.  Vermeersch, Angela Babuin, Mira Walschot of Irénée Blin
Orgel  : Jan Vermeire
Kostumes : Anita Evenepoel

dsc_6290-1024x215

Voor  de danseres  was het essentieel om eerst een danstaal  voor en in de stilte te ontwikkelen vooraleer ze zich wou toeleggen op een dialoog met muziek (creatie van ‘Blondes have no soul’). Eenmaal het dansvocabularium sterk of onafhankelijk genoeg ontwikkeld zou zijn, hoopte ze een volwassen relatie met de muziek te kunnen ontwikkelen; niet atmosferisch of decoratief.  Met ‘Het Orgelt’ ontwikkelt ze een direkte en erg  fysieke relatie met de muziek.

Na de stilte  en de witte lege ruimte, kon de sprong naar  de soms overdonderende klank van het orgel en de geladenheid van de kerk haast niet groter zijn. Bovendien ontdekte ze met en doorheen dit instrument een rijke muzikale traditie met een bijzondere cultuurhistorische context. Het orgel ervaarde ze daarbij als een erg fysiek instrument met een duizelingwekkende complexiteit. Een instrument dat in zijn grootse en speelse wendingen in zekere zin haar eigen choregrafische onderzoek reflecteerde. Vooraleer ze met organist Jan Vermeire en twee andere danseressen het trio ontwierp, danste ze verschillende concerten geïmproviseerd en solo, met verschillende organisten (Els Biesemans, Louis Robilliard, Theo Jellemans) en ontdekte gaandeweg het bijzondere repertoire.

‘Het Orgelt’ is een non-stop choreografische reis van en voor drie danseressen doorheen werk van Messiaen, Part, Frescobaldi, Bach, Buxtehude, Franck. In bepaalde stukken ontstaat de dans vanuit het fysieke impact van het orgel op de danser. De verschillende klankregisters vinden een echo in het rijke bewegingspalet van elke danser. Zoals het orgel complex kan zijn, zoeken ook de dansers dat te zijn. De dansers leveren zich over aan het instrument, en worden zoals het instrument : complex, gelaagd, vol van tegenpunten, speels én transcendent. Net zoals ‘Blondes have no soul’ is voor Pé deze menselijke zijnstoestand het kernpunt.

Hier bewegen de drie danseressen, in een onderbroken reis, als één lichaam. De choreografie is af en toe strak, maar meestal organisch en er blijft heel veel ruimte voor een heel sensibele improvisatie. Gevangen in de futuristische kostuums van ontwerpster Anita Evenepoel maakt de choreografie doorheen de muziek van Messiaen en Bach een expliciet alternerende beweging van ruimtelijkheid naar lichamelijkheid .

‘Het Orgelt’  laat zich ook als een gedanst concert lezen. De dans krijgt daarmee de functie  om de orgelmuziek  op een heldere manier  in  het hier en nu te plaatsen  en de hedendaagse kracht van orgelmuziek en zijn repertoire te benadrukken. Pé maakt met haar dansers de muziek fysiek grijpbaar.

Deze creatie reflecteert ook over een mogelijke, tastbare plaats van religie in hedendaagse kunst en dans en zoekt om de schatten van onze eigen cultuur te waarderen op non-conformistische wijze. ‘Het orgelt’ wil een creatie zijn die traditie koestert en toch toekomstgericht is. Ze plaatst dansers tussen erfgoed; zowel roerend als onroerend, zowel  materieel als spiritueel.

Net zoals in ‘Blondes have no soul’ is ook hier een doorgedreven gevoel voor her-verbinding (re-ligare) aanwezig en zoekt Pé met de moed van overgave, en niet  op zeemzoete of intellectualistische wijze, sacraliteit in hedendaagse dans binnen te brengen.  In plaats van de witte lege ruimte is het kader hier expliciet die van de kerk. Net zoals met ‘Blondes have no soul’ maakt ze ook hier het esthetische statement om organische onvoorspelbaarheid boven herhaling, en ‘volheid’ in plaats van minimalisme te verkiezen.

‘Erg actief in het Vlaamse dans- en theaterlandschap ben ik naar India en Japan vertrokken omdat ik op zoek was naar een performing art die vanuit sacraliteit werkte. In Japan bezocht ik uiteraard vele tempels en bestudeerde religies, filosofieën en performing arts. Eenmaal terug in Vlaanderen gesettled wou ik op dezelfde manier verder kunnen werken, zoekend naar de kracht in onze eigen religieuze en cultuurhistorische achtergrond, los van de negatieve connotaties die met de katholieke kerk verbonden zijn.  Ook hier stel ik geen narratief kader voor. Enkel het feit om drie vrouwelijke dansers blootsvoets in een kerk te plaatsen, performers die zich overgeven aan de klank van het orgel en van daaruit dansen, is betekenisvol genoeg, zowel voor hedendaagse dans als binnen een cultuurhistorische context.’  (P.S.V.)

 

VOORSTELLINGEN :

 

TRIO   2009 – 2011 :

 

België :

 

CC St. Niklaas / Hoofdkerk

Mechelen /Festival Stadsvisioenen, O.-L.-Vrouw-over-de-Dijle

CC De Spil Roeselare / St. Pauluskerk

Erfgoedhuis Kortrijk / St. Maartenskerk

Het Perron, Ieper / Kathedraal

CC De Adelberg, Lommel / St. Pietersbandenkerk

Orgelfestival Gent / St. Niklaaskerk

CC De Brouckère Torhout / Hoofdkerk

Erfhgoedhuis Kortrijk / Open Monumentendag Kortrijk / Kapel Zusters Augustinessen

 

Nederland :

Amsterdam, Orgelpark

Orgelfestival Middelburg / Kerk

 

Frankrijk:

L’avant –Seine /Théâtre de Colombes : église de Colombes, Paris, France    (met Irénée Blin)

 

Solo  gedanste concerten met verschillende organisten

 

2004  :

François  Houtard speelt  werk van Vierne, Scarlatti : Miniemenkerk Brussel

Improvisaties met Paul De Mayer & Els Biesemans : St. Stephanuskerk  Gent

2005 :

Dirck Blockeel speelt  werk van Herman Roelstraete : St. Maartenskerk Kortrijk

Louis Robbilliard speelt werk van  César Franck : Utrecht, Domkerk, Festival voor de wind

 

2006 :

Els Biesemans speelt  werk van Vierne, Granados, Kagel : Madrid, Fundación Carlos de Amberes

Theo Jellema speelt werk van  Bach : St. Walburgakerk Veurne, Internationaal Orgelfestival