Anciaux: De vlucht. Maar niet vooruit!

maart 20th, 2012  |  Published in CULTUUR, DENKSPOREN


Het oplaten van ballonnen promoveert tot een nationale sport van uitvoerende politici. Geïnspireerd door sommige federale excellenties, wakkert ook Vlaams minister Joke Schauvliege het vuur aan in het cultuurdebat. Verheugend, want dit gaat over wezenlijke keuzes. En daarop wachten velen.

Minister Schauvliege voelt zich plots verleid door een oude liberale gedachte, het verfondsen van overheidstaken. De basisidee daartoe klinkt eenvoudig: het toepassen van decreten behoeft geen overheid. Een fonds, als vzw, kan deze eenvoudige opdracht beter (lees goedkoper) uitvoeren. Het gaat toch maar over een simpele uitvoering van wetten! Toegegeven, het VAF (Vlaams Audiovisueel Fonds) illustreert duidelijk de werkzaamheid van dit concept. Het Fonds van de Letteren oogst iets minder zekerheid. Deze visie is niet nieuw. Het is een wezenlijk discussiepunt waar we graag het inhoudelijk gesprek over aangaan.

Het is te gemakkelijk om dit debat louter te voeren binnen een economische dimensie, de kostprijs van het apparaat. Ten gronde gaat het hier over een visie op de overheid en op de rol van de sturende kracht van deze overheden op de samenleving. Het gaat over de rol van de politiek binnen ons democratisch bestel. Daarbij blijf ik rotsvast overtuigd dat het verdelen van gemeenschapsmiddelen een wezenlijke taak is voor de overheid en zeker niet systematisch en slechts heel uitzonderlijk mag worden vervreemd van die overheid. Want elke uitgave van overheidsmiddelen, ook al wordt ze geschraagd door adviezen van experts allerlei, blijft een subjectieve en dus politieke afweging. Bij uitstek in de context van cultuur, een materie die zich onmogelijk laat vangen in sluitende kwantitatieve criteria. Kwaliteit van kunsten of sociaal-cultureel werk kan onmogelijk met een geijkte apothekersweegschaal worden afgewogen. Niet voor niets blijft het altijd de Vlaamse regering die de uiteindelijke subsidiebesluiten neemt. En dat is goed. Enkel die Vlaamse regering wordt democratisch gecontroleerd door het parlement en dus door de bevolking. Zonder deze controle is er geen democratische en maatschappelijke legitimiteit en verliest cultuur ook de noodzakelijke basis en waardering.

De eerdere keuze voor fondsen werd ingegeven door een toenmalige kwalijke evaluatie van de ministeries. Weinigen zullen ontkennen dat overheidsdiensten een bedenkelijke reputatie torsen. Maar dit vooroordeel dient echt wel vergeten. Bij uitstek de Vlaamse administraties bewijzen zich overvloedig performant, alert en klantengericht. De oude verhalen, genoegzaam gevoed door bijv. De Collega’s, behoren inderdaad tot het archief. Mijn decennium ervaringen met de ambtenaren cultuur levert vooral het beeld van betrokken, creatieve – vaak kritische – maar vooral slagkrachtige vaklieden. Ze koesteren hun deontologie als public servants, soms tegen de politieke logica in. Natuurlijk loeren er gevaren voor insijpelende bureaucratie en dus blijft alertheid hieromtrent noodzakelijk. Maar het kiezen voor deze privatisering kan absoluut niet worden gelegitimeerd door de bedenkelijke kwaliteit van het overheidsapparaat. Wellicht integendeel.

Waar ligt dit kalf dan gebonden? De oorzaak voor deze demarche nu, ligt voor de hand. De minister kreunt onder de permanente last van enerzijds een tekort aan middelen en anderzijds een stijgende vraag. Ze lijdt onder de vaststelling dat er blijkbaar nooit iets goed kan gebeuren. Het torsen van de essentie van een ministerschap, namelijk het stellen van prioriteiten getoetst aan een visie, lukt vooralsnog niet. Ook wegens gebrek aan prioriteiten. Met deze uitlating verklaart de politiek zichzelf echter bankroet, want een fonds voor kunsten betekent vooral het afwentelen van de verantwoordelijkheid – sterker nog aansprakelijkheid – voor politieke keuzes, op een vereniging. Een fonds, dat dan fungeert als buffer tegen kritiek op de overheid. Op zulk moment kan een minister schuilen achter de façade van een private instelling, die ageert binnen de ruime grenzen van een beheersovereenkomst. De politieke controle verwijderde zich immers van de besluitvorming van een raad van bestuur van dat fonds. Op moeilijke momenten biedt een fonds een beschuttende luwte, laat de storm maar even razen.

Het voorstel van minister Schauvliege kan daarom worden geïnterpreteerd als een uiting van vluchtgedrag. Het lijkt of ze zich terugtrekt in een concept van politieke windstilte, een afwijzing van publiek debat, angstig voor rukwinden en stortbuien. Ook al zou dit haar doel niet zijn, toch doet de timing zulks vermoeden. Juist daarom valt deze discussie nu slecht. Tijden van hoogconjunctuur bieden een betere context voor een open debat. Maar dan stelt de nood aan verfondsing zich vermoedelijk blijkbaar veel minder dringend.

Benieuwd trouwens op welke wijze de CD&V deze oprisping zal verteren. Daarbij beeld ik me in hoe de redenering van een fonds voor kunsten zou klinken voor welzijn of onderwijs of mobiliteit. Want de analogie ligt voor de hand, namelijk het privatiseren van de uitvoering van decreten en het overbrengen van de beslissingen tot subsidies naar een niet-overheidsinstelling. Minister Schauvliege – en haar partij – kunnen cultuur toch niet herleiden tot het B-elftal van de overheid? Dit misverstand dreigt wel te ontstaan.

Het is niet goed dat Joke Schauvliege het beeld creëert van een minister op de vlucht voor de essentie van haar functie. Hopelijk voert zij het debat over haar idee grondig, zodat we het gezamenlijk en vakkundig kunnen begraven. Net vandaag stelt zich een hoge nood aan meer durf en verantwoordelijkheid, vooral meer politieke aansprakelijkheid. Cultuur noodt een stevig en durvend beleid. Abdicatie zou onvergeeflijk zijn.

auteur:  Bert Anciaux, gewezen Vlaams minister van Cultuur.
bron: bertanciaux.be | 05/03/201
foto:  www.flickr.com/photos/bertanciaux/

Leave a Response


Recente reacties